In beeld: Commissaris Marcel Muylle
De meeste Bertemnaren hebben waarschijnlijk hetzelfde beeld van de verkeerspolitiepost Bertem langs de Tervuursesteenweg, net naast de afrit van de E-40: een vrij groot maar schijnbaar verlaten “industrieel gebouw”, met daarvoor een goed onderhouden maar meestal lege parking. Enkel een paal met verlicht bord, waarop het standaard politielogo prijkt, geeft een onmiskenbaar signaal over de activiteiten van de “bewoners” van dit gebouw.
“In beeld” had een gezellig gesprek met commissaris Marcel Muylle, hoofd van de wegpolitie Bertem, om een stukje van de spreekwoordelijke sluier over dit gebouw en zijn bewoners op te lichten. Hij leidt me langs een paar gangen en trappen naar een vergaderzaal; ons gesprek wordt af en toe onderbroken door telefonische oproepen en vertrekkende moto’s, waaruit snel blijkt dat dit gebouw helemaal niet zo verlaten is als men denkt…
Marcel is een rustige 54-jarige politieofficier, die met echtgenote en 2 volwassen dochters in Maldegem woont. Als 19-jarige startte hij zijn opleiding in de toenmalige rijkswachtschool te Brussel. “Ik ben altijd bij de verkeerspolitie geweest en ik heb er ook mijn loopbaan opgebouwd”, vertelt hij met een mix van nostalgie en fierheid in de ogen. “Bij de politiehervorming werd ik benoemd tot commissaris en diensthoofd van de wegpolitie te Bertem”.
Ik wil graag weten of hij als hoofd van de wegpolitie Bertem volledig autonoom mag handelen en eigen prioriteiten stellen, zoals een korpschef van een politiezone.
“Onze globale opdracht wordt normaal gedicteerd door de generale staf”, antwoordt hij. “Onder de algemene leiding van de generale staf van de wegpolitie, is er per provincie een commando. Er vallen 4 wegpolitieposten onder het commando Brabant: Bertem, Reyers, Oudergem en Anderlecht (inderdaad, men maakt hier geen onderscheid tussen Vlaams en Waals Brabant). De Bertemse wegpolitie dekt in grote lijnen de E-40 van Sterrebeek tot Landen en de E-314 van Leuven tot Lummen. Hiervoor staan er 9 moto’s Yamaha en 6 voertuigen voor signalisatie en interventie ter onzer beschikking. Op dagdagelijkse basis zijn er minstens 14 man nodig om enkel de courante opdrachten uit te voeren, maar regelmatig vraagt men ook onze ondersteuning voor speciale politieacties of bijzondere begeleidingstaken; met een totaal van 30 beschikbare mensen om alle shiften te dekken, ben je dus vlug uitgepraat. Om een berg overuren te vermijden, ben ik wel verplicht om sommige opdrachten te combineren en niet-prioritaire acties te beperken. Gelukkig heb ik ook nog 2 burgers die een deel van de technische en administratieve steun voor hun rekening nemen.”.
“Elke morgen even voor 4 uur brult mijn wekker het ganse huis wakker. Ik vertrek dan rond 4u40 en om 6 uur ben ik op kantoor”, antwoordt hij op mijn vraag over zijn dagindeling. “De autosnelweg naar Bertem ’s morgens is geen probleem, maar ’s avonds in de omgekeerde richting dat is andere koek.” Ik vraag aan Marcel hoe het komt dat er tegenwoordig nog zelden “zwaantjes” te zien zijn op de autosnelweg; er is toch evenveel politie als vroeger? Zo gaat de sympathie van de mensen voor de ”zwaantjes” verloren. Niet alleen wordt machogedrag van sommige automobilisten zelden opgemerkt, maar ook zijn de interventiesnelheden groter, want er is veel minder personeel verspreid op het terrein en dus onmiddellijk inzetbaar. Marcel geeft toe dat dit inderdaad een gevolg is van de politiehervormingen. Hij voegt eraan toe: “Ik heb onlangs een aanvraag voor extra personeel ingediend, maar ik verwacht op korte termijn geen positieve reactie. Weet je dat de gemiddelde leeftijd van mijn mensen 48 jaar is? Er kruipt nu veel meer tijd in opleiding van nieuwe mensen, opstellen van verslagen en dagelijkse briefings; komt daarbij dat je extra opdrachten zoals bvb. de begeleiding van belangrijke personaliteiten bij o.a. Europese topvergaderingen nooit echt lang op voorhand kunt plannen. De talrijke en bijna gelijktijdige vernieuwingen in vele domeinen zoals communicatie, procedures, materiaal, wetgeving, enz. overrompelen ons wat voor het ogenblik. Het zal misschien nog een jaar of 3 duren, maar dan zullen de burgers wel degelijk het positieve verschil merken in de straat.” Ik vraag hem of er een verschil is in opdrachten, vergeleken met de toestand vóór de politiehervorming. “Neen”, antwoordt hij kordaat, “maar de aanpak is wel verschillend. Wij trachten nu zoveel mogelijk proactief en preventief op te treden; dit is wat men community policing noemt. Het grote onmiskenbare voordeel is dat er nu een betere communicatie en gestructureerd overleg tussen alle betrokken diensten bestaat.” Ik vraag hem of het gemeentebestuur in dit overleg betrokken is. “Wij hebben als wegpolitie geen rechtstreekse en georganiseerde contacten met het gemeentebestuur”, antwoordt hij, “maar dat is ook niet echt nodig. Wij hebben zeer regelmatig vergaderingen met de DIRCO (Directeur Coördinatie), met het parket Leuven en met de Vlaamse Gemeenschap; daar vernemen we wel of er specifieke problemen of opdrachten op het grondgebied Bertem zijn. Bovendien heb ik prima contacten met mijn vriend Herman Rondas, korpschef van de lokale politie Dijleland. Hij zetelt ook in de politieraad met de gemeentelijke vertegenwoordigers en is dus op de hoogte van eventuele lokale problemen; hij geeft me wel een seintje met info of met een verzoek om steun als dat nodig is.”
De politiehelicopter komt regelmatig in het nieuws. Er zijn ook een aantal TV series waar men Britse of Amerikaanse politiehelicopters succesvol ziet samenwerken met politiepatrouilles op de grond. Ik wil graag weten of het Belgische radiocommunicatiesysteem van de politie ook zo performant is. Marcel bevestigt dat radioverbindingen tussen alle voertuigen van de wegpolitie en de helicopter mogelijk zijn, maar dat dit wel gebeurt na duidelijke afspraken over het gebruik van de beschikbare kanalen. “Het nieuwe Astrid communicatiesysteem is hierbij een hele verbetering”, zegt Marcel, “alleen vraagt ook dit weer extra opleiding om alle mogelijkheden van het systeem te leren benutten.”
Er zijn voor- en nadelen aan centralisatie van diensten. Wat denkt hij hierover? “Men kan niet ontkennen dat de talrijke verspreide rijkswachtbrigades en politiekantoren van vroeger veel gemakkelijker en dus ook meer contact met de lokale bevolking hadden”, reageert hij nadenkend. “De weinige en dun bevolkte wijkkantoren die er nu nog overblijven, kunnen die specifieke rol niet echt meer waarmaken. Keerzijde is natuurlijk dat dan de onderlinge coördinatie weer moeilijker wordt.”
Wanneer ik hem tenslotte vraag of hij ook nog tijd heeft voor een hobby, reageert hij enthousiast: “Elke week doe ik fitness-oefeningen in een centrum niet ver van Maldegem. Tijdens de vakantie gaan mijn echtgenote en ik steevast naar Oostenrijk om wat stevige bergwandelingen te maken.” Hij voegt er lachend aan toe: “Misschien houd ik het op die manier nog wel een paar jaartjes langer uit na mijn pensioengerechtigde leeftijd!”
Bedankt Marcel, ik heb alvast heel wat geleerd uit ons gesprek!
